Herrie in de Fuutlaan

Nu zijn het nog de voorbijrazende auto’s die het meeste lawaai maken, maar dat zou in de toekomst wel eens kunnen veranderen. Het opstelterrein van het station gaat uitbreiden in de richting van de Fuutlaan. Op de drie toekomstige sporen zullen treinen ’s nachts worden gestald, schoongemaakt en technisch gecontroleerd. Een geluidswal die deels twee, deels zes meter hoog gaat worden moet de bewoners van de Fuutlaan en aangrenzende straten tegen nachtelijk lawaai beschermen. Maar zal het genoeg zijn? Ik trok naar de Fuutlaan om de bewoners naar hun mening te vragen.

 

Een haag van coniferen, hier en daar onderbroken door een bedrijventerrein, onttrekt het spoor aan het zicht. Lopend door de Fuutlaan vang ik zo nu en dan een glimp op van elektriciteitsdraden. Eén keer zie ik een trein (het nieuwe Sprintermodel) op zijn gemak richting het station rollen – horen doe ik hem niet. Ik kan mij moeilijk voorstellen dat men hier veel last heeft van het spoor.

 

Buurtbewoner Arjan is de eerste die ik over het toekomstige opstelterrein spreek. “Nee, ik ben er niet kapot van”, zegt hij na een korte aarzeling. “’s Nachts al die bedrijvigheid zo vlak bij je huis. Ik hoop maar dat er niks van te horen zal zijn. Ja, ze gaan een geluidsscherm plaatsen, maar of dat echt gaat werken, dat weet ik ook niet.” Naar de informatieavond over de plannen op 5 februari is hij niet geweest. “Ik wilde wel gaan, maar ik had geen tijd.”

 

Wat verderop tref ik Angela, die haar hond aan het uitlaten is. “Wij zullen er niet veel last van hebben”, zegt zij. “Wij zitten niet helemaal tegen het spoor aan, dus aan ons zal het wel allemaal voorbij gaan.”

 

Marieke woont dan weer wel tegenover het spoor, maar ook zij gelooft dat het wel allemaal zal meevallen – al is ze niet zonder kritiek. “Het is blijkbaar nodig. Dus dat moeten ze maar doen, maar we zijn er nog niet klaar over of ze daarbij wel alle belangen van de bewoners in het achterhoofd hebben gehouden.” Van de treinen heeft ze in ieder geval geen last. “Hier zijn alle huizen dubbel geïsoleerd, dus de treinen horen we sowieso niet.”

 

Als laatste spreek ik Peter, die wel degelijk aanmerkingen heeft, al gaan die niet allemaal over het spoor. “Ik maak me meer zorgen over de verbouwing, die zal zeker weten veel lawaai veroorzaken. Wat echt interessant is, is de straat zelf. Er wordt hier veel te snel gereden. Daar doet de gemeente helemaal niks aan.”

 

Ik moet hem gelijk geven: hoewel de Fuutlaan grotendeels uit een vrij smalle klinkerweg bestaat, scheuren de auto’s voorbij. Af en toe een snelheidscontrole zou hier niet overbodig zijn.

 

Luuk van den Einden