Het luisterend oor van de Bossche straatpastoor

“Wat is dat, bestaat dat nog?”, een veelvoorkomende vraag wanneer je verteld dat je een interview met een straatpastoor hebt. Het antwoord is: ja, deze bestaan nog. Ook op de Bossche straten is iemand met deze taak te vinden: Lianne van Oosterhout.

In het Bossche centrum haasten mensen zich naar hun bestemming. Ze zijn op weg naar de warmte van hun huis, de veilige omgeving van het werk of de gezelligheid van een Bossche kroeg. Maar niet iedereen heeft een eigen, veilige plek om zich met een goed boek op de bank te settelen. Het is helaas in vele steden anno 2018 nog steeds een opmerkelijke kwestie: dak- en thuislozen. Een luisterend oor is voor deze mensen heel belangrijk.

“Soms komen ze naar mij toe om te vragen waarom God bestaat als er zoveel lijden is.”

Dat luisterend oor komt in de vorm van een jonge vrouw met rossig haar en een neuspiercing: Lianne van Oosterhout. Zij is sinds drie maanden de Bossche Straatpastoor. “Ik vind het fantastisch werk. Ik had het hier in Den Bosch al gedaan als stagiaire tijdens mijn opleiding Theologie in Utrecht. Met die opleiding kan je ook gaan werken in parochies, dus echt in de kerk. . Dat is niet wat ik wilde. Ik vind het vooral belangrijk om echt mensen in nood bij te staan, en gesprekken te voeren op een veel dieper niveau.”

Hoewel ze niet de nadruk legt op het geloof, bestaat nog wel een deel van haar werk uit kerk- en geloof gerelateerde activiteiten. Elke zaterdag houdt ze voor de doelgroep een viering in de Annakerk. Daarnaast spreekt ze ook regelmatig met mensen die vragen hebben over de Bijbel. “En soms komen ze naar mij toe om te vragen waarom God bestaat als er zoveel lijden is.” Toch bestaat een groot deel van de mensen die bij Lianne aankloppen uit niet-gelovigen, iedereen kan bij haar terecht.

Hoewel ze de vieringen heel mooi vindt om te doen, ligt haar hart toch het meest bij het ontmoeten van mensen en gesprekken voeren. Een aantal dagen per week is ze aanwezig op verschillende opvanglocaties in de stad, waar ze praat met de mensen die daar behoefte aan hebben. “Daarnaast heb ik een spreekuur, dat is een open inloopuur voor mensen met vragen of gewoon voor een gesprek. Ze kunnen ook voor een kop koffie binnen komen lopen. De gesprekken zijn dan erg variërend. Soms gaat het over een hobby, breien of muziek. En daar praten ze dan met mij over, puur om contact te maken.”

Toch gaat het werk van Lianne niet enkel over contact, maar ook over de problemen die mensen hebben. Deze problemen hebben volgens Lianne vaak vooral te maken met familie en het sociale netwerk in zijn algemeenheid. Maar ook dramatische en traumatische ervaringen worden aan haar  verteld. “Soms hoor je verhalen dat mensen mishandeld zijn, of misbruikt of andere vreselijke dingen hebben meegemaakt, dat is dan wel heftig om te horen. De eerste keer dat ik zoiets hoorde, voelde ik een machteloosheid. Ik kan ze niet meer bieden dan een luisterend oor.”

“Ik doe mijn best voor mensen maar ze moeten het uiteindelijk toch zelf doen.”

Wat betreft hulpverlening, speelt Lianne enkel een schakel tussen de hulpzoekenden en de organisaties die hulp kunnen bieden. “Ik krijg wel eens verhalen te horen van mensen dat ze klagen over dat de hulpverlening niet optimaal werkt, of dat ze zitten met de uitzichtloosheid van een situatie. Het is dan niet mijn taak om die dingen te doen die hulporganisaties doen, ik verwijs ze vaak door. Ik doe mijn best voor mensen maar ze moeten het uiteindelijk toch zelf doen. Als ik het doel zou hebben om iedereen van de straat af te helpen of van de drugs, zou ik dit werk niet volhouden.” De mensen waar Lianne contact mee heeft, zijn voornamelijk dak- en thuislozen, maar ook mensen die juist net uit een dergelijke situatie zijn gekomen en nog met problemen zitten, kunnen bij haar terecht. “Ze hebben dan misschien wel een huis gekregen maar andere problemen in het sociale netwerk bijvoorbeeld zijn daarmee dan nog niet opgelost.”

Met veel passie en daadkracht hoopt Lianne dit werk nog veel langer te kunnen doen. Terwijl ze nog eenmaal benadrukt dat dit toch echt “de mooiste baan is die er bestaat”, loopt ze weer de straat op, op weg naar de volgende die haar luisterend oor nodig heeft.