Podium voor de maker

“Teveel creatieve ideeën gaan verloren aan niet-creatieve dingen.” Dit was een van de punten die door de aanwezigen werd aangekaart bij de bijeenkomst over de cultuurvisie van BrabantStad voor 2021. De presentator van de bijeenkomst bracht de microfoon naar zijn mond toe om te reageren, maar daar kreeg hij de kans niet voor. Nog voor hij aan zijn zin kon beginnen volgde er een applaus uit het publiek. De spreker had zojuist verwoord waar veel aanwezigen mee in hun maag leken te zitten.

Tijdens de bijeenkomst konden aanwezigen aangeven wat zij in BrabantStad wilden zien of wat ze daar nog misten op het gebied van kunst en cultuur. De aanwezigen waren op uiteenlopende manieren betrokken bij de kunst en cultuur van BrabantStad. Van bibliotheekdirecteur tot theaterdocent en van professionele kunstenaars tot hobbyisten. Zelfs mensen die zelf niks met kunst of cultuur hadden en enkel kwamen uit pure nieuwsgierigheid konden een plekje vinden in de zaal. Iedereen mocht zijn of haar wensen voor de cultuurvisie delen.

“Het opstellen van een nieuwe cultuurvisie is als het leren drinken van bier”

Het bestuurlijk netwerk BrabantStad bestaat uit de steden Tilburg, Breda, Eindhoven, ´s Hertogenbosch en Helmond. Met het uitgangspunt ´samen staan we sterker´ werken zij onder andere aan een aantrekkelijker Brabant. Door de input van betrokkenen hopen ze een beter beeld te kunnen krijgen van waar wel of geen vraag naar is op het gebied van kunst en cultuur in de steden die samen BrabantStad vormen. Deze input kan bij het opstellen van een nieuwe cultuurvisie erg handig zijn, volgens Henri Swinkels. Hij vergeleek het tijdens zijn speech op de bijeenkomst namelijk met het leren drinken van bier. “De eerste is nooit lekker, je moet het leren drinken.”

Wanneer iedereen een plekje had gevonden en de bijeenkomst door Henri Swinkels was ingeleid, mocht iedereen met de ‘tafelgenoten’, zoals Swinkels het noemde, in gesprek gaan. Samen mocht je gaan kijken wat jullie nog wilden zien en wat er allemaal nodig was om dit te verwezenlijken. Terwijl de aanwezigen druk aan het discussiëren waren met hun tafelgenoten, liep Martin van Ginkel de zaal rond om te kijken hoe het er bij iedereen aan toeging. Een fotograaf maakte ondertussen foto’s vanuit verschillende perspectieven.

Een half uurtje en een aantal mooi geformuleerde opmerkingen later, bracht Van Ginkel de tafeldiscussies tot een einde. Bij een paar tafels werden de laatste punten nog snel besproken en opgeschreven. Tijd voor een algemene discussie. Per tafel mocht iemand kort de besproken punten vertellen en toelichten. Waarop vervolgens door andere tafels op gereageerd kon worden. Er waren punten bij waar door meerdere tafels positief op gereageerd werd en punten waar minder positief op gereageerd werd. Het punt waar vrijwel iedere tafel het mee eens leek te zijn was dat er een podium moet komen voor de makers. Als antwoord op de vraag wat er nodig is om dit te verwezenlijken werd de hoeveelheid media-aandacht voor lokale kunst en cultuur aangekaart. Er zou volgens meerdere tafels namelijk te weinig aandacht worden besteed aan lokale kunst en cultuur door de lokale media.

“Media-aandacht is ook een soort podium voor de maker”

“Ik heb vernomen dat er hier gewoon twee journalisten in opleiding aanwezig zijn deze avond”, begon Van Ginkel lopend naar onze tafel, “misschien dat zij hier op willen reageren.” Zij legden uit hoe ze van school uit geleerd krijgen te bepalen of iets nieuwswaardig is. Er zijn meerdere nieuwswaarden waar een gebeurtenis aan moet voldoen. Een van die nieuwswaarden is omvang. Dit wil zeggen dat iets qua omvang al redelijk groot moet zijn voordat het nieuwswaardig is. Hierdoor komt bijvoorbeeld de opening van een kunstatelier in Tilburg minder snel in aanmerking voor een plek in de krant dan een ongeluk op de cityring met 5 zwaargewonden. Hoewel de aanwezigen zich voor konden stellen dat journalisten geleerd krijgen op zo’n manier naar dingen te kijken, vonden ze het jammer dat dit ten koste ging van de lokale kunst en cultuur.

Tien minuten voor de geplande afsluiting van de bijeenkomst was de algemene discussie nog in volle gang en werd Van Ginkel van hot naar her gestuurd door mensen die wilden reageren. Van Ginkel leek moeite te hebben met het afsluiten van de discussie. “Er kan nog één iemand reageren en daar sluiten we het mee af.” Door de zaal klonk gelach en mensen schudde hun hoofd. Dit was inmiddels de vierde keer dat hij dit had gezegd. En waar ‘drie keer is scheepsrecht’ tekortschiet, komt ‘de aanhouder wint’ om de hoek kijken. De bijeenkomst werd afgesloten met een paar illustraties over de cultuurvisie voor BrabantStad 2021. De avond werd luchtig afgesloten met de mogelijkheid om met een borrel te netwerken met andere aanwezigen. Een mogelijkheid waar door velen dankbaar gebruik werd gemaakt.

 

Door: Sanne Compiet