‘Een vagina is geen voorbips’

De seksuele ontdekkingsreis begint al in het eerste levensjaar. Pedagoge Anna Jansen is gespecialiseerd in de seksuele ontwikkeling van kinderen van 0 – 12 jaar oud. “Goed voorgelichte kinderen beginnen later met seks.”

Het gesprek vindt plaats in de Balie in Amsterdam. Op zijn website beschrijft de Balie zich als het podium voor het vrije woord. ‘Als kweekplaats voor nieuwe initiatieven en ideeën is het is dé plek waar kunstenaars, denkers, opinieleiders, wetenschappers en publiek elkaar ontmoeten en commentaar leveren op de ontwikkelingen in de samenleving.’ De ideale plek voor een interview. Jansen zit aan een tafeltje in het restaurant alvast te werken op haar laptop. Het restaurant is wat luidruchtig dus ze stelt voor om in de lounge te gaan zitten. Jansen werkt vanuit het gedachtegoed van Channah Zwiep, een vooraanstaand onderzoeker op het gebied van seksuele ontwikkeling van jonge kinderen. Zwiep was docent op de UvA en had haar eigen onderneming: Pedagogisch Projectbureau Kind&Zo dat zich bezig hield met het geven van trainingen, workshops en advies bij het maken van pedagogisch beleid over seksuele ontwikkeling van kinderen. Zwiep werd ernstig ziek en is in februari dit jaar overleden. Ze heeft haar kennis over kunnen dragen aan Jansen, met wie zij een goede en persoonlijke band had opgebouwd. “Hier in de Balie toevallig, ben ik op 14 februari in haar plaats geïnterviewd bij de podcastlancering van ‘Bedvogels’ waar Zwiep onderdeel van uitmaakt. Zij wilde heel graag naar de Balie, maar was niet in staat te komen vanwege haar ziekbed. Het was voor haar heel belangrijk. Een uur na het interview is ze overleden aan de gevolgen van haar ziekte.”


Ruime fantasie
Volgens Jansen is een van de belangrijkste pijlers dat seksuele ontwikkeling bij de opvoeding hoort, vanaf de wieg. “Iets wat veel mensen buiten de kinderopvang niet weten, is dat kinderen vanaf 1,5 jaar oud al masturberen. Zij voelen ook al dat hun vagina anders aanvoelt dan hun grote teen. Ze hebben daar nog geen lustgevoelens bij, maar voelen wel fysiek genot. Dit hoort bij het ontdekken van de wereld en zichzelf.” Die seksuele ontdekkingsreis begint vanaf de geboorte. “Kinderen experimenteren op allerlei manieren, ze zijn nieuwsgierig. Je ziet kinderen die zich helemaal uitkleden, je ziet ze bij elkaar kijken. Ze kunnen daar ook best ver in gaan. Kinderen zijn natuurlijk creatief en hebben een ruime fantasie.” Jansen denkt even na over de juiste formulering en vervolgt; “het komt voor dat ze elkaar oraal ‘ontdekken’ terwijl ze dat nog nooit eerder hebben gezien. Dan krijg je vaak te horen: ‘Oh, onze kinderen hebben aan elkaar gelikt, dat zullen ze wel ergens hebben gezien, want dat verzint een kind niet.’ Maar dat verzint een kind wel.”


Verantwoordelijker

Wat Jansen vaak hoort is de aanname dat hoe meer een kind weet, hoe eerder het begint met seks. Dit is een mythe waar veel mensen in geloven. Er wordt vaak gedacht dat wanneer we lang genoeg doen alsof iets niet bestaat, dan gaat een kind ook niets uitproberen. “Daar is onderzoek naar gedaan waaruit blijkt dat het tegenovergestelde waar is: Goed voorgelichte kinderen beginnen later met seks én zijn verantwoordelijker. Een verklaring zou kunnen zijn dat iets spannender is als het niet mag, maar ook omdat kinderen dan beter beslagen ten ijs komen. Als kinderen goed voorgelicht zijn voordat het ongemakkelijk wordt, dus voor het 8e levensjaar, dan weten ze alles al en die kennis maakt ze verantwoordelijker. Op dit moment wordt seksuele voorlichting eigenlijk pas rond de puberleeftijd gegeven, véél te laat” zegt ze stellig, “want dan is het ongemakkelijk en wil je het er eigenlijk niet meer over hebben. Terwijl het juist belangrijk is dat je vragen eerlijk beantwoordt en dat je kind zich serieus genomen voelt.”


Experimenteren

Seksuele ontwikkeling hoort dus bij de normale ontwikkeling van een kind. Het moet daarom vanaf de geboorte meegenomen worden in de opvoeding. “Kinderen experimenteren en dat is gezond, je moet het juist vanuit een positieve invalshoek benaderen. Wanneer je als ouder je kind gaat straffen omdat het aan zijn piemel of vagina zit, dan geef je hem/haar mee dat het fout is. Je kunt beter het kind spiegelen door te zeggen: ‘Ik zie dat je aan je piemel zit, ik begrijp dat het lekker aanvoelt, thuis mag dat wel, maar bij opa en oma doen we dat niet.’” Het is van belang dat je zaken benoemt zoals ze zijn. Het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes kun je volgens Jansen beter niet gebruiken, want eerlijkheid is het uitgangspunt. “Als een kind een vraag stelt, eerlijk antwoord geven. Het zijn vaak de ouders die het ongemakkelijk vinden, voor kinderen is het gewoon een vraag zoals ze er zo veel hebben. Het wordt pas een probleem zodra volwassenen er bekrompen over gaan doen. Kinderen voelen dat feilloos aan en zullen dan minder snel een vraag stellen en het dus zelf gaan onderzoeken.”


Porno

Kinderen ervaren tot ongeveer het 6e levensjaar geen schaamtegevoelens. Daarna worden ze zich meer bewust van hun omgeving. “Wat je op de kinderopvang vaak ziet, is dat kinderen masturberen voordat ze in slaap vallen. Je moet het dan meer zien als iets ter ontspanning, het is een fijn gevoel zonder dat ze daarbij seksuele gedachten hebben.” Kinderen komen vanaf jonge leeftijd, per ongeluk of expres, in aanraking met porno of seksueel getinte beelden. “Wat ik adviseer als je kind porno kijkt: Ga samen met je kind porno kijken en bespreek dan wat je ervan denkt. Op die manier kun je het kind bewust maken van wat wél en wat niet normaal is en zou je hem ook kunnen corrigeren daarin.”
Jansen bespeurt enige verbazing en voegt het volgende toe: “Het is natuurlijk niet wenselijk dat hele jonge kinderen porno te zien krijgen. Als dit dan toch het geval is, moet je het nooit negeren, maar altijd bespreekbaar houden. Het gaat erom dat je het beeld corrigeert en bijstelt. Van heel jongs af aan kinderen goed voorlichten, maar ook voor het 8e levensjaar, voordat het ongemakkelijk wordt. Kinderen moeten eerlijk antwoord krijgen, ze hebben zoveel vragen.”


Positieve invalshoek

Rond het 7e levensjaar heeft een kind een beeld van wat seksualiteit is. Het moet daarvoor dus eigenlijk al zijn voorgelicht. Het gaat dan niet alleen om de feitelijke kennis, maar ook om het vormen van een mening, het mogen hebben van een mening en vaardigheden om erover te kunnen praten. Het stoort Jansen zichtbaar dat kinderen vaak een negatief beeld van seks wordt aangepraat. “Heel vaak ligt de nadruk op wat doe je niet, wat is gevaarlijk, hoe zeg je nee, hoe kun je jezelf beschermen. Maar het is minstens zo belangrijk dat een kind leert te zeggen wat het wél wil. Dat het vaardigheden leert om tot die keuze te komen, daar ligt de basis van seksuele opvoeding. Het gaat dus om een positieve invalshoek, waarbij je het kind genoeg bagage meegeeft door het bespreekbaar te maken van jongs af aan.”


Doktertje spelen

De kern van het verhaal is dus dat seksuele ontwikkeling bij de normale ontwikkeling van een kind hoort. Het moet daarom ook vervlochten worden in de gehele opvoeding. “Voor kinderen is seks geen taboe, het zijn de ouders die dat ervan maken. Geef daarom altijd eerlijk antwoord, benoem zaken zoals ze zijn, lachend voegt ze hier aan toe: een vagina is geen voorbips. Weet dat kinderen experimenteren. Ze spelen bijvoorbeeld ‘doktertje’ waarbij ze zich soms helemaal uitkleden. Het is van belang dat je daar niet hysterisch op reageert, het is namelijk volkomen normaal. Natuurlijk zijn er ook grenzen, als er gevaar dreigt bijvoorbeeld. Soms stoppen kinderen stokjes bij elkaar naar binnen, dat is schadelijk en moet je dus ook verbieden. Probeer kleine dingen als aanleiding te gebruiken om er een gesprek over aan te gaan met je kind, bijvoorbeeld als er op school iets is gebeurd. Maak het bespreekbaar en blijf open.”

 

Door: Pim de Vries