Bumpy ride

‘Bussen en Anne Linde gaat niet samen’ is een les die ik lang geleden geleerd heb. Zelfs het kleine stukje van Station Tilburg naar school en andersom is een bumpy ride. Het is vaak genoeg gebeurd dat ik omkukelde of me nog net kon vastgrijpen aan de dichtstbijzijnde persoon wanneer de bus weer eens een onverwachte bocht maakte.

De wilde busritten in Rome zijn echter niet te vergelijken met de – hierdoor kalm lijkende – Nederlandse ritjes. Toen we instapten hadden we het al kunnen voorspellen: het voorlicht van de bus zat met ducktape op z’n plek. Klasse. Ook wist Suze een verhaal te vertellen over een Romeinse bus die nog niet zo lang geleden vlam vatte. Super.

En ja hoor, ook de buschauffeur reed zoals veel Italianen dat doen: plankgas, en dan ineens op de rem moeten stampen bij een van de vele voetgangersoversteekplaatsen. Elke keer als er een verdwaalde toerist ineens de weg overstak, was het hetzelfde liedje: de passagiers van de bus vlogen naar voren. Dit gebeurde zo’n twee keer per minuut, dus op een gegeven moment hadden ook wij toeristen door dat we ons stevig vast moesten houden.

Totdat er – ik vermoed – weer een verdwaasde toerist – of wie weet was het wel een onoplettende Italiaan – overstak en het rempedaal weer in een mum van tijd tegen de onderkant van de bus zat. Ik kon me redelijk goed staande houden, maar de oude man in pak achter me niet. Hij schoot naar voren, zichzelf nog met één hand vasthoudend aan de ijzeren stang, en botste tegen me aan. Hij had ons horen praten en wist dat we niet Italiaans waren, dus verontschuldigde hij zich in het Engels – het beste Engels dat ik deze hele week van menig Italiaan heb gehoord. Na de buschauffeur uitgescholden te hebben, raakte hij met ons aan de praat en vroeg hij ons waarvoor we in Rome waren. Ik vertelde hem dat we studenten Journalistiek waren en naar Rome waren gestuurd voor een opdracht. Tegelijkertijd schoten mijn ogen naar wat hij in zijn handen had: drie kranten, binnen-en buitenlands- en een koffertje. ‘Een Italiaan met een krant onder zijn arm, dat heb ik deze hele reis nog niet gezien’, dacht ik bij mezelf. Toen vertelde de man dat hij ook 15 jaar in het vak had gezeten. Hij had geschreven voor Italiaanse-, Engelse- en zelfs voor Duitse kranten. Toch was hij blij dat hij met pensioen kon, de Italiaanse kranten waren volgens hem op sterven na dood. Ik kon het haast niet geloven: zoveel moeite gedaan om een goede bron te vinden en op een van de laatste dagen wordt er een journalist in mijn schoot geworpen… letterlijk. Hij raadde ons aan om onze kennis in de Engelse taal te verbeteren. “Dan bereik je meer mensen en heb je een betere kans op een baan.” Ook meegaan met de tijd was van belang volgens de gepensioneerde. Helaas was het al snel tijd voor hem om uit te stappen, ons verbaasd achterlatend. Zo verbaasd dat we onze eigen halte misten en alsnog nog een heel eind terug moesten lopen voordat we weer bij ons hotel aankwamen.

 

Door Anne Linde Vervelde